Geeft niks!
‘Hier hebt u de brochure,
kruist u zelf maar aan wat u precies zoekt. Ik moet snel even
naar een andere klant. Tot zo.’ We zitten in het kantoor van
een autodealer in Chomutov. Niet omdat we het leuk vinden om
auto’s te kijken, maar omdat we serieus op zoek zijn naar een
nieuwe bestelbus voor onze winkel. Elke maand rijden we
namelijk met een stationwagon naar Nederland om bij
verschillende groothandels waren in te slaan. We monteren
steevast een skibox op het dak om extra veel spulletjes mee te
kunnen nemen. Maar het wordt steeds duidelijker: de auto is
simpelweg te klein om aan de vraag van onze klanten te voldoen.
Vooral planten zijn een probleem. Die nemen namelijk asociaal
veel ruimte in beslag. Wel zorgen ze voor extra zuurstof
onderweg. En dat hebben we hard nodig, want die maandelijkse
tripjes zijn ware marathons: zondag weg, maandagochtend vroeg
op om de files voor te zijn, langs de schappen in de
groothandels rennen en diezelfde dag weer terugrijden naar
Tsjechië.
Al die moeite voor een
relatief kleine aanvulling van ons assortiment. Dat moet toch
anders kunnen. Daarom zitten we nu hier op de nepleren
fauteuils met een brochure van een bestelbus voor onze neus.
Petra heeft een arceerstift gekregen zodat we zelf onze auto
kunnen samenstellen. Gek genoeg doen we het ook nog terwijl de
verkoper af en toe naar binnen en vervolgens weer naar buiten
sprint. We hebben amper gelegenheid om hem te vragen hoeveel
kronen we straks op de bankrekening van zijn bedrijf moeten
storten.

Maar het wordt nog erger.
Vooraf hadden we gevraagd of we een proefrit konden maken. Dat
kon. Toch hadden we het ons iets anders voorgesteld. We zitten
namelijk met z’n tweetjes op de bijrijderbank terwijl de
verkoper zo snel mogelijk naar de dichtstbijzijnde rotonde
rijdt en ons amper vijf minuutjes later weer op de
parkeerplaats afzet. Terwijl de motor nog stationair draait,
zegt hij dat ik de volgende keer ook zelf mag rijden. Goh, dat
is toch weer een meevaller. Straks zegt hij nog dat Petra
misschien ook even het stuur aan mag raken. Dat zou wel aardig
zijn want uiteindelijk komt de bestelbus namelijk op haar naam
te staan. Zij zal straks ongetwijfeld net zoveel kilometers
maken als ik. We vragen hoe het nu verder moet. Hij zal ons
bellen of mailen. Vandaag of morgen. Maar eerst moet hij door
naar de volgende klant. Bedankt en tot ziens. Van dichtbij zien
we hoe verbazingwekkend snel het busje optrekt en uit het zicht
verdwijnt. Met het busje is in ieder geval niets
mis…
De naweeën van het communisme
zijn ook op andere plekken nog duidelijk merkbaar. Bij een
beddenwinkel moesten we maanden wachten op onze lattenbodems
die een officiële levertijd van maximaal drie weken hadden. Al
die tijd sliepen we studentikoos met ons matras op de grond.
Ook gebeurt het regelmatig dat obers iets op tafel kwakken dat
je niet hebt besteld en die absoluut niet begrijpen dat je
vervolgens protesteert. ‘Maar iedereen vindt dit lekker’, krijg
je dan te horen. Tussen de regels door zeggen ze eigenlijk dat
je niet zo moet zeuren! De meeste Tsjechen doen dat ook niet.
‘To nevadi’, geeft niks, is het zinnetje dat ik tot dusver het
meest heb gehoord.
Gelukkig zijn er steeds meer Tsjechen die het
niet pikken als ze slecht geholpen worden en die echt waar voor
hun geld willen. De fluwelen revolutie vond alweer achttien
jaar geleden plaats. Er zijn nu al jongeren met stemrecht die
geen dag onder het communistische regime hebben geleefd. Zij
zijn over het algemeen een stuk initiatiefrijker en
klantvriendelijker dan hun ouders die toch vaak vinden dat
anderen er maar voor moeten zorgen dat zij lekker kunnen leven.
Langzaam maar zeker wordt het land volwassen als het gaat om
klantvriendelijkheid. Het is alleen jammer dat de autoverkoper
in Chomutov wat dat betreft nog in de kinderschoenen staat.
Maar hij krijgt van ons geen ‘to nevadi’ te horen. Op het
moment dat ik deze column schrijf, hangt Petra namelijk aan de
telefoon met een autoverkoper in Teplice. Het is een half uur
langer rijden dan naar Chomutov. Dat hebben we er graag voor
over. Tenminste, als we daar wel een verkoper treffen die ons
achter het stuur laat zitten.
~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~
|